U maakt ze waarschijnlijk ook wel mee, rusteloze, slapeloze nachten. Onlangs had ik er één die kon tellen.
Het was te zwoel om in slaap te sukkelen en ik was te lui om de ventilator uit te halen. Later moest ik dan toch opstaan, want de wind werd zo hevig dat hij een fluitconcert veroorzaakte tussen de op spleetjes staande ramen in mijn appartement. Amper terug in bed begon het aangekondigde onweer met klank- en lichtspel en hagelbuien. Huisgenoot hond ging zielig in de badkamer onder de lavabo zitten bibberen van schrik. Nadat ik hem daar zo’n vijftal keer had onderuit gehaald en in mijn armen wiegend sussend had toegesproken, kalmeerde hij. De ergste herrie was op dat ogenblik gelukkig voorbij. Het zal toen een uur of vier in de ochtend geweest zijn. Hij nestelde zich achteraan op het bed, viel in slaap en begon te snurken.
Toen moest ik dringend plassen en kreeg ik honger. En dorst. Daarna was de slaap verder af dan hij ooit geweest was en ging ik nog een hoofdstukje in mijn boek lezen. Het werden er een paar. Pas tegen een uur of zes, als de ochtend al goed op gang kwam, vielen mijn ogen dicht. “Gelukkig kan ik uitslapen”, was mijn laatste zalige gedachte voor ik op de slaaptrein sprong.
Luttele uren later werd ik ruw uit mijn slaap gerukt. In mijn half wakende droom stond ik tevergeefs te kloppen en te bellen aan een deur die maar niet werd opengemaakt. In de realiteit was er een vreselijke drukte aan de andere kant van mijn appartementsdeur. Omdat ik er van uitging dat zelfs onbeschofte mensen zo’n lawaai niet maken, concludeerde ik dat er iets ernstigs aan de hand moest zijn en sprong in mijn kleren terwijl ik “ja, ja!” riep. Ik weerhield mezelf ervan om er nog aan toe te voegen: “Waar is de brand?!” Het moest eens waar zijn. Huisgenoot hond was ondertussen weer klaarwakker en uitgerust -zo snel dat honden recupereren, het is om jaloers op te worden- en deed zijn lawaaierige duit in het zakje. Temeer omdat er nu zelfs aan de deurklink gemorreld werd. Dit ging ook mij te ver.
Met een zwaai opende ik de deur… en geloofde niet wat ik zag. Helemaal vooraan, zowat op de deurmat, stond een kleine, zonnebankgebruinde man met glimmend achterovergekamd haar, geniepige oogjes en een hautain glimlachje. Naast hem een veel jongere man, type bodybuilder. Achter hen stond een dubbel gespierde kleerkast in politie-uniform. Wijdbeens, de armen over elkaar gekruist. Mijnheer de deurwaarder en zijn gevolg!
Nog voor ik mijn opengevallen mond terug kon sluiten, beet hij me toe: “U bent Fatima Benou-en-nog-wat?” Ik had me ondertussen hersteld en beet terug dat ik Fatima niet was, dat ik haar niet kende en dat ze hier zeker niet woonde. “Die naam staat nochtans op de bel beneden!” Dit op een toon van ‘om mij te bedotten moet u vroeger opstaan’. Ik antwoordde dat het goed mogelijk was, maar dan niet op mijn bel. Wat mij betrof was het trouwens nog midden in de nacht. De agent zette zijn benen nog wat verder uit elkaar om mij zeker onmiddellijk de doorgang te kunnen versperren, mocht ik het op een lopen zetten.
“En op al mijn papieren staat het ook: Fatima Benou-en-nog-wat, deze verdieping, dit appartement!” Hij verzette zich een beetje om langs mij binnen te kunnen kijken. Ik werd het beu. Ik trok mijn voordeur achter mij dicht en boog mij vervolgens voorover, om een beetje op ooghoogte te komen. Ik vroeg hem op een kleuterjuftoontje of ik zijn papiertjes dan misschien eventjes mocht zien. Hij was zo overtuigd van zijn gelijk dat hij ze prompt onder mijn neus duwde.
Het etiket op zijn dossier bevatte te veel inlichtingen en een krakkemikkige adresformulering. Ik wees hem op zijn vergissing. Het ging blijkbaar om mijn onderbuurvrouw. Zij is Marokkaanse, alleenstaande moeder van twee jongvolwassen dochters en levert al maanden een ongelijke strijd tegen baarmoederhalskanker. Hij bedankte mij voor de uitleg, verontschuldigde zich en stuurde zijn bodyguard alvast naar beneden. Ik ging terug naar binnen en hoopte maar dat het gestommel dat ik de afgelopen dagen onder mij gehoord had, betekende wat ik vermoedde.
Inderdaad. Met de noorderzon vertrokken. Ik kon een hautain lachje nauwelijks onderdrukken.



Zo, dat is me de nacht wel zeg. Het onweer bleek een voorbode van de ochtend, waar drie ego's je huis wilden bestormen.
Wat een moeilijke situatie, van die onderbuurvrouw. Inderdaad maar goed dat ze net op tijd de bui zag hangen en vertrok. Ik hoop wel dat ze ergens naartoe is waar ze de nodige medische en maatschappelijke zorg krijgt.
Geplaatst door: Wenz | 13/06/2009 om 07:57
"Ik wees hem op zijn vergissing."
hehe, die zijn gezicht had ik graag gezien ;-)
Geplaatst door: Paul Cobbaut | 13/06/2009 om 13:36
@Wenz: Ik hoop het ook voor haar. Zij was de laatste tijd meer in het ziekenhuis dan thuis en de dochters konden hun vrijheid niet echt aan. Er werd duchtig gefeest.
Ik had met die mensen helemaal geen band, maar je wenst toch niemand iets slechts toe? Nu sorteer ik regelmatig de briefwisseling (het deurtje van de brievenbus is stuk). Ik haal de reclame eruit en leg de brieven op een stapeltje achteraan, zodat er niets uitpuilt en het niet opvalt dat ze weg zijn.
Geplaatst door: AnamCara | 13/06/2009 om 18:14
@Paul: Dat sloeg dik tegen. Die vent heeft een olifantenvel. Hij gooide meteen het roer om, werd één en al jovialiteit, verontschuldigde zich voor de vergissing en maakte dat hij naar beneden was.
Geplaatst door: AnamCara | 13/06/2009 om 18:16
Wat een verhaal...en dan was er koffie zeker?
Geplaatst door: tijdtussendoor | 13/06/2009 om 21:29
@tijdtussendoor: zelfs dat niet, want mijn Senseo was nog in herstelling!
Geplaatst door: AnamCara | 14/06/2009 om 00:20
amai, wat een nacht! heel herkenbaar, tot het stuk over de ongenode gasten, hihi! lief van je dat je hun post sorteert enzo...
ik duim voor minder slapeloze nachten!
Geplaatst door: tricky | 14/06/2009 om 08:49
@tricky: Het was inderdaad de moeite. Nu hoop ik maar dat ze alle drie goed terechtkomen...
Geplaatst door: AnamCara | 14/06/2009 om 21:58
Inderdaad geen pretje. Ik heb ooit hetzelfde meegemaakt toen ik nog op een studio woonde. Een Turk was zijn ex komen bedreigen met een mes en had zich in het gebouw verstopt. Er werd op de deur gebonst met de dringende vraag open te maken (zoniet zou de deur worden ingetrapt). Ik moest achteruit stappen terwijl de agent een vuurwapen op mij richtte terwijl de andere agent de andere vertrekken ging controleren. Da's verschietachtig hoor.
Geplaatst door: MELANCHOLIA | 15/06/2009 om 00:04
@Melancholia: Eikes. Inderdaad verschietachtig (mooie woordspeling). 'Mijn' deurwaarder vuurde enkel woorden af ;o)
Geplaatst door: AnamCara | 15/06/2009 om 22:49